Onafhankelijke kennis over NEN 1010-inspecties voor bedrijven Normupdates per e-mailStel een vraag

NEN 1010-inspectie: wanneer, wat en hoe

Met een NEN 1010-inspectie wordt vastgesteld of een elektrische installatie bij oplevering of na een wijziging voldoet aan de norm. In de praktijk wordt de term breder gebruikt. Hier leest u wat er precies onder valt, wat de inspecteur doet en hoe u zich voorbereidt.

Laatst bijgewerkt: · inhoudelijk gecontroleerd door Freek Inspecteur

In het kort

  • Strikt genomen is een NEN 1010-inspectie de verificatie volgens NEN 1010 deel 6: bij oplevering, uitbreiding of wijziging van een installatie.
  • Voor installaties die al in gebruik zijn, is de periodieke inspectie volgens NEN 3140 (en voor verzekeraars vaak Scope 10) het juiste instrument.
  • Een inspectie bestaat uit een visuele inspectie, beproevingen en metingen, en een rapport met bevindingen.

Wat wordt bedoeld met een NEN 1010-inspectie?

Wie zoekt op "NEN 1010 keuring" of "NEN 1010 inspectie", bedoelt meestal een controle van de elektrische installatie in een bedrijfspand. Strikt genomen gaat het om de verificatie volgens NEN 1010 deel 6: de inspectie en beproeving waarmee wordt aangetoond dat een nieuwe, uitgebreide of gewijzigde installatie aan de norm voldoet, voordat die in gebruik wordt genomen.

Voor een installatie die al jaren in gebruik is, is NEN 1010 niet het toetsingskader voor het beheer. Daar gaat het om de vraag of de installatie in de loop van de tijd veilig is gebleven, en daarvoor is NEN 3140 het uitgangspunt. Verzekeraars vragen daarnaast vaak om een Scope 10-inspectie, gericht op brandrisico. In het dagelijks taalgebruik worden al deze inspecties "NEN 1010-keuring" genoemd. Dat is begrijpelijk, maar het helpt om het onderscheid te kennen, omdat het bepaalt wie de inspectie uitvoert, waaraan wordt getoetst en wat u met het rapport kunt.

Verificatie (NEN 1010 deel 6) Periodieke inspectie (NEN 3140) Scope 10 (NTA 8220)
Moment Oplevering, uitbreiding, wijziging Tijdens gebruik, periodiek Periodiek, op verzoek verzekeraar
Vraag Is de installatie volgens de norm aangelegd? Is de installatie veilig gebleven? Is er een verhoogd brandrisico?
Meestal door Installateur, eventueel onafhankelijke inspectie Deskundig inspecteur SCIOS-gecertificeerd inspectiebedrijf
Meer informatie Opleverinspectie Periodieke inspectie Scope 10

Wanneer is een NEN 1010-inspectie nodig?

Een verificatie volgens deel 6 hoort bij elke nieuwe installatie en bij elke uitbreiding of wijziging van een bestaande installatie. Denk aan:

  • oplevering van nieuwbouw of een volledige renovatie;
  • een nieuwe of vervangen (hoofd)verdeelinrichting;
  • uitbreiding met nieuwe groepen, bijvoorbeeld voor een productielijn of keuken;
  • de aanleg van laadpalen, zonnepanelen of een batterijsysteem;
  • herinrichting van een verdieping waarbij eindgroepen worden aangepast.

Bij een wijziging wordt niet alleen het nieuwe deel geverifieerd. De inspecteur kijkt ook of de wijziging de veiligheid van het bestaande deel niet aantast, bijvoorbeeld doordat een voedingskabel zwaarder wordt belast of doordat de selectiviteit van beveiligingen verandert.

Wie voert de inspectie uit?

NEN 1010 legt de verificatie in de eerste plaats bij degene die de installatie aanlegt: de installateur toont aan dat zijn werk voldoet en legt dat vast in een verslag. Steeds meer opdrachtgevers laten daarnaast een onafhankelijke opleverinspectie uitvoeren. Dat geeft zekerheid als de installatie door een onderaannemer is aangelegd, als er meerdere installateurs aan hebben gewerkt of als het pand na oplevering wordt verkocht of verhuurd.

Wie inspecteert, moet deskundig zijn op het gebied van de betreffende installatie en werken met geschikte, gekalibreerde meetinstrumenten. Bij bijzondere installaties, zoals medisch gebruikte ruimten of grote zonnestroomsystemen, vraagt dat aanvullende kennis.

Wat wordt er gecontroleerd?

Een inspectie bestaat uit drie onderdelen: visuele inspectie, beproeven en meten, en rapporteren. De visuele inspectie gaat vooraf aan het meten en gebeurt waar mogelijk met de installatie spanningsloos.

Visuele inspectie

De inspecteur controleert onder meer:

  • de keuze van materieel en of het geschikt is voor de omgeving (vocht, stof, mechanische belasting, IP-codering);
  • de beschermingsmaatregelen tegen elektrische schok en de aanwezigheid van afdekkingen;
  • de keuze en instelling van beveiligingstoestellen en de doorsnede van geleiders;
  • brandwerende afdichtingen van doorvoeringen en de aanleg van leidingen;
  • de identificatie van groepen, geleiders en beveiligingen, en de aanwezigheid van schema's;
  • de bereikbaarheid van verdeelinrichtingen en de aanwezigheid van werkruimte.

Beproeven en meten

Afhankelijk van de installatie worden onder andere deze metingen en beproevingen uitgevoerd:

  • continuïteit van beschermingsleidingen en vereffeningsleidingen;
  • isolatieweerstand van de installatie;
  • bescherming door scheiding van stroomketens (bijvoorbeeld bij SELV en PELV);
  • de werking van automatische uitschakeling: lusimpedantie in een TN-stelsel, aardverspreidingsweerstand in een TT-stelsel;
  • de werking van aardlekschakelaars (aanvullende bescherming);
  • polariteit en fasevolgorde;
  • functionele beproevingen van bijvoorbeeld noodstoppen en vergrendelingen;
  • waar relevant: spanningsval.

Rapport

De resultaten worden vastgelegd in een verslag met de beschrijving van de installatie, de uitgevoerde controles, de meetwaarden en eventuele afwijkingen. Veel inspectiebedrijven delen afwijkingen in naar urgentie, zodat duidelijk is wat direct moet worden hersteld en wat bij de volgende gelegenheid kan. Een vaste, wettelijk voorgeschreven indeling bestaat daarvoor niet; let er daarom op dat het rapport per bevinding uitlegt waarom iets afwijkt en wat het risico is.

Hoe bereidt u zich voor?

Een goed voorbereide inspectie verloopt sneller en levert een bruikbaarder rapport op. Zorg in elk geval voor:

  1. Actuele tekeningen en schema's van de installatie en de verdeelinrichtingen.
  2. Eerdere meetrapporten en inspectierapporten, zodat de inspecteur kan vergelijken.
  3. Toegang tot alle technische ruimten, verdeelkasten, daken en schachten.
  4. Afstemming over uitschakelen. Voor een aantal metingen moet een groep of de hele installatie kort spanningsloos. Bespreek vooraf wat dat betekent voor servers, koeling, productie en beveiligingssystemen.
  5. Een aanspreekpunt dat de installatie kent, bij voorkeur de installatieverantwoordelijke.

In de praktijk de meeste vertraging bij inspecties ontstaat niet door de metingen, maar door ontbrekende tekeningen, afgesloten ruimten en onduidelijkheid over wat wanneer uit mag. Een uur voorbereiding scheelt vaak een halve dag op locatie.

Wat komt de inspecteur vaak tegen?

Een aantal bevindingen keert bij inspecties steeds terug:

  • ontbrekende of onjuiste groepsaanduiding en verouderde schema's;
  • ontbrekende afdekkingen in verdeelinrichtingen, waardoor spanningvoerende delen aanraakbaar zijn;
  • aardlekbeveiliging die ontbreekt waar die vereist is, of die niet binnen de vereiste tijd uitschakelt;
  • beschermingsleidingen die onderbroken of niet aangesloten zijn;
  • overbelaste groepen en kabels die niet passen bij de beveiliging;
  • brandwerende doorvoeringen die na latere werkzaamheden niet zijn hersteld;
  • verdeelkasten die worden gebruikt als opslagruimte of die zijn dichtgezet.

Na de inspectie

Zijn er afwijkingen gevonden, dan laat u die herstellen door een installateur. Bij een opleverinspectie is herstel meestal onderdeel van de oplevering door de aannemer. Na herstel volgt een hercontrole van de betreffende punten. Bewaar het rapport bij het installatiedossier: het is de nulmeting voor het latere beheer volgens NEN 3140 en een belangrijk document richting verzekeraar, koper of huurder.

Heeft u een vraag over een concrete bevinding in uw rapport? Stel hem in de Vraagbaak.