Onafhankelijke kennis over NEN 1010-inspecties voor bedrijven Normupdates per e-mailStel een vraag

NEN 1010 of NEN 3140: wat is het verschil?

NEN 1010 en NEN 3140 worden vaak door elkaar gehaald. Toch is het onderscheid eenvoudig: NEN 1010 bepaalt hoe een installatie wordt aangelegd, NEN 3140 hoe u hem veilig in bedrijf houdt. Samen dekken ze de hele levensduur van een installatie.

Laatst bijgewerkt: · inhoudelijk gecontroleerd door Freek Inspecteur

In het kort

  • NEN 1010 is de aanlegnorm: ontwerp, aanleg, wijziging en verificatie bij oplevering.
  • NEN 3140 is de bedrijfsvoeringsnorm: organisatie, veilig werken en periodieke inspectie van installaties in gebruik.
  • Een bedrijf heeft met beide te maken: NEN 1010 bij elke nieuwe of gewijzigde installatie, NEN 3140 zolang de installatie in gebruik is.

Het korte antwoord

NEN 1010 beschrijft waaraan een laagspanningsinstallatie moet voldoen als hij wordt ontworpen, aangelegd of gewijzigd. Het is de norm van de installateur en de ontwerper, en de basis voor de verificatie bij oplevering.

NEN 3140 beschrijft hoe u een elektrische installatie (en elektrisch materieel) veilig in bedrijf houdt: wie waarvoor verantwoordelijk is, hoe veilig wordt gewerkt aan of nabij installaties, en hoe de installatie periodiek wordt geïnspecteerd. Het is de norm van de werkgever, de installatieverantwoordelijke en de facilitaire organisatie.

NEN 1010 NEN 3140
Soort norm Aanlegnorm (installatievoorschrift) Bedrijfsvoeringsnorm
Fase Ontwerp, aanleg, wijziging Gebruik, onderhoud, werkzaamheden
Kernvraag Is de installatie goed aangelegd? Blijft de installatie veilig en wordt er veilig gewerkt?
Wettelijke basis Bbl via de Omgevingsregeling (bouwwerken) Arbobesluit (veiligheid op de arbeidsplaats)
Inspectie Verificatie bij oplevering (deel 6) Periodieke inspectie op basis van risico
Doelgroep Installateur, ontwerper, opdrachtgever Werkgever, installatieverantwoordelijke, facilitair
Actuele uitgave NEN 1010:2020+C1:2024 (wettelijk aangewezen is nog NEN 1010:2015+C2:2016+A1:2020) NEN 3140:2011+A3:2019 (herziening in voorbereiding)

De levensloop van een installatie

Het helpt om naar de levensloop van een installatie te kijken. Bij de aanleg geldt NEN 1010: de installatie wordt ontworpen, aangelegd en geverifieerd, en bij oplevering ontvangt de opdrachtgever tekeningen, schema's en een meetrapport. Daarna begint de gebruiksfase, die vaak twintig jaar of langer duurt. In die fase gaat het om NEN 3140: de werkgever wijst een installatieverantwoordelijke aan, er worden werkinstructies opgesteld en de installatie wordt periodiek geïnspecteerd.

Wordt de installatie in de gebruiksfase gewijzigd of uitgebreid, dan geldt voor dat deel weer NEN 1010, inclusief verificatie. De periodieke inspectie volgens NEN 3140 kijkt vervolgens naar de installatie als geheel. Zo wisselen beide normen elkaar af zolang het pand in gebruik is.

Waar toetst een periodieke inspectie aan?

Een veelgestelde vraag: als een installatie volgens NEN 3140 wordt geïnspecteerd, waaraan wordt dan getoetst? Het antwoord is in de kern: aan de veiligheidseisen voor de installatie zoals die bij aanleg golden, en aan de vraag of de installatie in de tussentijd veilig is gebleven. Een installatie uit 2005 wordt niet afgekeurd omdat hij niet voldoet aan een detail uit NEN 1010:2020. Wel wordt gekeken of er onveilige situaties zijn ontstaan door slijtage, beschadiging, overbelasting of ondeskundige wijzigingen, en of de installatie nog past bij het huidige gebruik.

In de praktijk de lastigste situaties ontstaan bij installaties die "organisch" zijn gegroeid. Een productiehal die in twintig jaar vier keer is uitgebreid, zonder bijgewerkte schema's, is moeilijk te beoordelen. Het loont om bij elke wijziging de documentatie direct bij te werken.

De installatieverantwoordelijke

NEN 3140 vraagt dat voor elke elektrische installatie een installatieverantwoordelijke (IV) is aangewezen: de persoon die tijdens de bedrijfsvoering de directe verantwoordelijkheid heeft voor de installatie. De werkgever wijst deze persoon schriftelijk aan. De IV hoeft niet in dienst te zijn; veel bedrijven beleggen deze rol bij een externe partij. Lees meer in het artikel over de installatieverantwoordelijke.

En Scope 10?

Naast NEN 1010 en NEN 3140 komt u als bedrijf vaak een derde inspectie tegen: de Scope 10-inspectie volgens NTA 8220. Die is gericht op het brandrisico van elektrisch materieel en wordt vooral door verzekeraars gevraagd. Een Scope 10-inspectie vervangt de NEN 3140-inspectie niet automatisch: de doelen verschillen. In de praktijk worden ze wel vaak gecombineerd. Zie Scope 10-inspectie.

Welke inspectie heeft u nodig?

  • U neemt een nieuwe of gewijzigde installatie in gebruik: verificatie volgens NEN 1010 deel 6, eventueel aangevuld met een onafhankelijke opleverinspectie.
  • Uw installatie is in gebruik: een periodieke inspectie volgens NEN 3140, met een termijn op basis van een risicobeoordeling.
  • Uw verzekeraar vraagt om een rapport: controleer in de polisvoorwaarden welke inspectie wordt gevraagd; vaak is dat Scope 10.
  • U twijfelt over een concrete situatie: stel uw vraag in de Vraagbaak.