Onafhankelijke kennis over NEN 1010-inspecties voor bedrijven Normupdates per e-mailStel een vraag

Begrippenlijst elektrische installaties

Uitleg van termen die u tegenkomt in normen, inspectierapporten en offertes, van aardlekschakelaar tot Scope 12.

A

Aardingsstelsel
De manier waarop de voeding en de aanraakbare delen van de installatie met aarde zijn verbonden, aangeduid met lettercodes zoals TN-S, TN-C-S, TT en IT. Het stelsel bepaalt hoe een aardfout wordt afgeschakeld en welke metingen bij een inspectie nodig zijn. Zie ook: TN-stelsel, TT-stelsel, IT-stelsel
Aardlekschakelaar
Beveiligingstoestel dat uitschakelt zodra er een verschil ontstaat tussen de heen- en teruggaande stroom, wat wijst op een lekstroom naar aarde. Aardlekschakelaars met een aanspreekstroom van maximaal 30 mA bieden aanvullende bescherming van personen; uitvoeringen met een hogere aanspreekstroom worden onder meer voor bescherming tegen brand gebruikt. Zie ook: RCD type B, TT-stelsel
Aardverspreidingsweerstand
De weerstand tussen een aardelektrode en de omringende aarde. In een TT-stelsel bepaalt deze waarde, samen met de aardlekschakelaar, of een aardfout veilig wordt afgeschakeld. Zie ook: TT-stelsel, Aardingsstelsel
Arbobesluit artikel 3.4
Artikel in het Arbeidsomstandighedenbesluit dat werkgevers verplicht elektrische installaties zo te ontwerpen, aan te leggen en te onderhouden dat veilig gebruik van elektriciteit zo goed mogelijk is gewaarborgd. NEN 3140 wordt in de praktijk gebruikt om aan te tonen dat hieraan wordt voldaan; zie periodieke inspectie. Zie ook: NEN 3140, RI&E
ATEX
Verzamelnaam voor de Europese regels voor explosiegevaarlijke omgevingen (van het Franse 'atmosphères explosibles'). Elektrisch materieel en installaties in zones met explosiegevaar door gas, damp of stof vallen onder de normenreeks NEN-EN-IEC 60079 en vragen specialistische inspectie, die verder gaat dan een reguliere NEN 1010- of NEN 3140-inspectie. Zie ook: RI&E

B

Bbl
Besluit bouwwerken leefomgeving: het besluit onder de Omgevingswet dat per 1 januari 2024 het Bouwbesluit 2012 verving. Het Bbl verwijst voor elektrische installaties naar NEN 1010; welke uitgave geldt, staat in de Omgevingsregeling. Zie wet- en regelgeving. Zie ook: Omgevingsregeling, NEN 1010
Beschermingsleiding
Geleider (PE) die de aanraakbare metalen delen van elektrisch materieel verbindt met de hoofdaardrail, zodat bij een isolatiefout een foutstroom kan lopen en de beveiliging afschakelt. Herkenbaar aan de kleur groen-geel. Zie ook: Continuïteitsmeting, Potentiaalvereffening

C

Continuïteitsmeting
Meting waarmee wordt vastgesteld dat beschermingsleidingen en vereffeningsleidingen ononderbroken en met een lage weerstand zijn doorverbonden. Vast onderdeel van de eerste verificatie en van periodieke inspecties. Zie ook: Beschermingsleiding, Eerste verificatie

E

Eerste verificatie
Het geheel van visuele inspectie, beproevingen en metingen waarmee volgens NEN 1010 deel 6 wordt vastgesteld dat een nieuwe, uitgebreide of gewijzigde installatie voldoet, voordat zij in gebruik wordt genomen. Ook wel eerste inspectie of opleverinspectie genoemd; zie opleverinspectie. Zie ook: Opleverdossier, NEN 1010

F

Functionele vereffening
Verbinding tussen geleidende delen die nodig is voor de goede werking van apparatuur, bijvoorbeeld om storingen te beperken, en niet primair voor de veiligheid. Voor geleiders voor functionele aarding schrijft NEN 1010:2020+C1:2024 de kleur roze voor (voorheen zwart-geel). Zie ook: Potentiaalvereffening

H

Hoofdverdeler
De verdeelinrichting waar de voeding het gebouw of terrein binnenkomt en van waaruit onderverdelers en grote verbruikers worden gevoed. Zie ook: Verdeelinrichting, Selectiviteit

I

Installatieverantwoordelijke
De persoon die volgens NEN 3140 de hoogste directe verantwoordelijkheid draagt voor de bedrijfsvoering van een elektrische installatie, aangewezen door de werkgever of installatiebeheerder. Zie het artikel over de installatieverantwoordelijke. Zie ook: Werkverantwoordelijke, NEN 3140
IP-code
Codering volgens NEN-EN-IEC 60529 die aangeeft hoe goed een behuizing beschermt tegen het binnendringen van vaste voorwerpen en stof (eerste cijfer) en water (tweede cijfer). IP44 betekent bijvoorbeeld bescherming tegen voorwerpen groter dan 1 mm en tegen opspattend water. Zie ook: Verdeelinrichting
Isolatieweerstand
De weerstand van de isolatie tussen actieve geleiders onderling en ten opzichte van aarde, gemeten met een gelijkspanning. Een te lage waarde wijst op vocht, beschadiging of veroudering van de isolatie. Zie ook: Eerste verificatie
IT-stelsel
Aardingsstelsel waarbij de voeding niet of via een hoge impedantie met aarde is verbonden, zodat een eerste isolatiefout niet tot uitschakeling leidt maar tot een melding via isolatiebewaking. Wordt onder meer toegepast als medisch IT-stelsel in groep 2-ruimten; zie medisch gebruikte ruimten. Zie ook: Aardingsstelsel, Isolatieweerstand

K

Kabeldimensionering
Het bepalen van de juiste kabeldoorsnede op basis van onder meer de belastingstroom, de installatiemethode, de omgevingstemperatuur, de spanningsval, de kortsluitstroom en de gekozen beveiliging. Een te kleine doorsnede leidt tot opwarming en brandrisico. Zie ook: Spanningsval, Kortsluitstroom
Kortsluitstroom
De stroom die loopt bij een kortsluiting tussen geleiders of naar aarde. De maximale kortsluitstroom bepaalt welk schakelvermogen beveiligingen moeten hebben; de minimale kortsluitstroom bepaalt of een beveiliging snel genoeg afschakelt. Zie ook: Lusimpedantie, Selectiviteit

L

Lusimpedantie
De impedantie van de stroomkring die een foutstroom doorloopt bij een fout tussen een fasegeleider en de beschermingsleiding. Uit de gemeten waarde volgt of de beveiliging bij een fout binnen de vereiste tijd uitschakelt. Zie ook: Kortsluitstroom, TN-stelsel

N

NEN 1010
De Nederlandse norm met veiligheidseisen voor ontwerp, aanleg en verificatie van laagspanningsinstallaties. De meest recente uitgave is NEN 1010:2020+C1:2024; zie wat is NEN 1010. Zie ook: NEN 3140, Bbl, Eerste verificatie
NEN 1010-8
Deel van NEN 1010 met aanvullende eisen voor energie-efficiënte laagspanningsinstallaties, inclusief lokale opwekking en opslag. NEN 1010-8:2026 is op 1 februari 2026 gepubliceerd en vervangt de uitgave uit 2021; zie NEN 1010-8. Zie ook: NEN 1010
NEN 3140
De Nederlandse norm voor de bedrijfsvoering van elektrische installaties op laagspanning, waaronder veilig werken en periodieke inspectie. De geldende uitgave is NEN 3140:2011+A3:2019; een herzien ontwerp lag in 2026 ter commentaar. Zie NEN 1010 of NEN 3140. Zie ook: NEN 1010, Arbobesluit artikel 3.4, Installatieverantwoordelijke
NEN 8012
Nederlandse norm die aangeeft welke brandklasse elektrische kabels in vaste installaties in bouwwerken moeten hebben, afhankelijk van het type bouwwerk. De klassen zelf, van Aca tot en met Fca, komen uit de Europese classificatie voor kabels onder de Bouwproductenverordening (CPR). Zie ook: NEN 1010, Kabeldimensionering
NTA 8220
Nederlandse Technische Afspraak met een methode voor het beoordelen van elektrisch materieel op brandrisico. NTA 8220 vormt de basis van de Scope 10-inspectie. Zie ook: Scope 10, SCIOS, Thermografie

O

Omgevingsregeling
Ministeriële regeling onder de Omgevingswet waarin onder meer staat welke uitgave van NEN 1010 wettelijk is aangewezen voor toepassing via het Bbl. Zie ook: Bbl, NEN 1010
Opleverdossier
Het geheel van tekeningen, schema's, meet- en inspectieresultaten en productdocumentatie dat bij oplevering van een installatie wordt overgedragen. Na ingebruikname wordt het bijgehouden als installatiedossier en vormt het de basis voor beheer en periodieke inspectie. Zie ook: Eerste verificatie
Overspanningsbeveiliging (SPD)
Beveiliging (surge protective device) die kortstondige overspanningen, bijvoorbeeld door blikseminslag of schakelhandelingen, afleidt naar aarde en zo de installatie en aangesloten apparatuur beschermt. Zie ook: Aardingsstelsel

P

PGS 37
Richtlijnen uit de Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen over lithiumhoudende energiedragers. PGS 37-1 (2023) gaat over energieopslagsystemen met een capaciteit van meer dan 20 kWh, PGS 37-2 over de opslag van lithiumhoudende batterijen en producten; zie batterijopslag. Zie ook: RI&E
Potentiaalvereffening
Het onderling en met de hoofdaardrail verbinden van geleidende delen, zoals metalen leidingen en constructiedelen, zodat tussen gelijktijdig aanraakbare delen geen gevaarlijke spanningsverschillen kunnen ontstaan. Zie ook: Beschermingsleiding, Functionele vereffening

R

RCD type B
Aardlekschakelaar die naast wisselstroom- en pulserende gelijkstroomfoutstromen ook vlakke gelijkstroomfoutstromen detecteert. Wordt onder meer toegepast bij laadpalen en bij omvormers, waar DC-foutstromen kunnen optreden. Zie ook: Aardlekschakelaar
RI&E
Risico-inventarisatie en -evaluatie: de verplichte inventarisatie van arbeidsrisico's binnen een organisatie. Elektrische risico's horen daarin thuis en vormen een onderbouwing voor de keuze van inspectietermijnen. Zie ook: Arbobesluit artikel 3.4, NEN 3140

S

SCIOS
Certificatieregeling voor bedrijven die technische installaties inspecteren en onderhouden. Onder SCIOS vallen verschillende scopes, waaronder Scope 8 (elektrische installaties), Scope 9 (elektrische arbeidsmiddelen), Scope 10 (brandrisico van elektrisch materieel) en Scope 12 (zonnestroominstallaties). Zie ook: Scope 10, Scope 12
Scope 10
SCIOS-inspectie van elektrisch materieel op brandrisico volgens NTA 8220, met visuele inspectie, metingen en thermografie. Vaak geëist door verzekeraars; zie Scope 10. Zie ook: NTA 8220, SCIOS, Thermografie
Scope 12
SCIOS-inspectie van zonnestroominstallaties (PV), gebaseerd op onder meer NEN 1010, NEN-EN-IEC 62446 en SCIOS Technisch Document 18. Niet wettelijk verplicht, maar kan door verzekeraars worden geëist; zie zonnepanelen. Zie ook: SCIOS, Scope 10
Selectiviteit
De afstemming van beveiligingen zodat bij een fout alleen de beveiliging direct vóór de fout afschakelt en de rest van de installatie in bedrijf blijft. Zie ook: Kortsluitstroom, Hoofdverdeler
Spanningsval
De daling van de spanning over een kabel door de weerstand van de geleiders. Een te grote spanningsval kan de werking van apparatuur verstoren en weegt mee bij de kabeldimensionering. Zie ook: Kabeldimensionering

T

Thermografie
Onderzoek met een warmtebeeldcamera om temperatuurverschillen zichtbaar te maken, bijvoorbeeld bij slechte verbindingen of overbelaste componenten. Vast onderdeel van Scope 10-inspecties en ook toegepast bij Scope 12-inspecties; bij voorkeur uitgevoerd terwijl de installatie representatief belast is. Zie ook: Scope 10, Scope 12
TN-stelsel
Aardingsstelsel waarbij het sterpunt van de voeding direct is geaard en de aanraakbare delen via beschermingsleidingen met dat punt zijn verbonden. Varianten zijn TN-S (aparte nul- en beschermingsleiding), TN-C (gecombineerde PEN-geleider) en TN-C-S (eerst gecombineerd, daarna gescheiden). Zie ook: Aardingsstelsel, TT-stelsel, Lusimpedantie
TT-stelsel
Aardingsstelsel waarbij het sterpunt van de voeding is geaard en de aanraakbare delen van de installatie op een eigen, aparte aardelektrode zijn aangesloten. Omdat de foutstroom via de aarde terugloopt, zijn een goede aardverspreidingsweerstand en aardlekbeveiliging bepalend. Zie ook: Aardverspreidingsweerstand, Aardingsstelsel, Aardlekschakelaar

V

Vakbekwaam persoon (VP)
Persoon met voldoende opleiding en ervaring om de risico's van elektriciteit te herkennen en te vermijden, volgens NEN 3140 door of namens de werkgever aangewezen voor de werkzaamheden die hij mag uitvoeren. In de praktijk wordt ook de term deskundig persoon gebruikt. Zie ook: Voldoend onderricht persoon (VOP), Installatieverantwoordelijke
Verdeelinrichting
Kast of samenstel waarin de voeding over groepen wordt verdeeld, met beveiligingen, schakelaars en vaak aardlekschakelaars. Voor de bouw van verdeelinrichtingen geldt de productnormenreeks NEN-EN-IEC 61439. Zie ook: Hoofdverdeler, Selectiviteit
Voldoend onderricht persoon (VOP)
Persoon die door vakbekwame personen voldoende is geïnstrueerd om de risico's bij specifieke, afgebakende werkzaamheden te herkennen en te vermijden. Een VOP werkt binnen de grenzen van die instructie en aanwijzing. Zie ook: Vakbekwaam persoon (VP)

W

Werkverantwoordelijke
De persoon die volgens NEN 3140 tijdens de uitvoering de directe verantwoordelijkheid heeft voor een specifieke werkzaamheid, inclusief een veilige werkmethode. De werkverantwoordelijke stemt af met de installatieverantwoordelijke. Zie ook: Installatieverantwoordelijke, Vakbekwaam persoon (VP)