Wet- en regelgeving voor elektrische installaties
Een eenduidige "keuringsplicht" voor elektrische installaties bestaat in Nederland niet. Toch heeft u als eigenaar of werkgever wel degelijk verplichtingen. Ze komen uit drie richtingen: het bouwrecht, het arbeidsomstandighedenrecht en uw verzekeringsovereenkomst.
In het kort
- Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) verwijst voor elektrische installaties naar NEN 1010; de Omgevingsregeling bepaalt welke uitgave geldt.
- Het Arbobesluit verplicht werkgevers om elektrische installaties veilig te houden; NEN 3140 is de gangbare manier om dat aan te tonen.
- Verzekeraars kunnen in de polis een periodieke inspectie eisen, vaak een Scope 10-inspectie.
Bouwrecht: het Besluit bouwwerken leefomgeving
Sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 staan de technische eisen aan bouwwerken in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Het Bbl verving het Bouwbesluit 2012. Voor elektrische installaties is de lijn grotendeels gelijk gebleven: het Bbl stelt eisen aan de veiligheid van de elektrische installatie in een bouwwerk en verwijst daarvoor naar NEN 1010.
Welke uitgave van NEN 1010 precies geldt, staat niet in het Bbl zelf maar in de Omgevingsregeling, de ministeriële regeling waarin normen worden aangewezen. Dat onderscheid is de afgelopen jaren relevant gebleken: de aanwijzing van NEN 1010:2020+C1:2024 was voorgesteld per 1 juli 2025, maar is in het voorjaar van 2025 teruggedraaid en ook per 1 januari 2026 niet doorgevoerd. In de Omgevingsregeling zoals die geldt per oktober 2026 staat voor nieuwbouw nog steeds NEN 1010:2015+C2:2016+A1:2020 aangewezen. Volgens artikel 5.40 van de Omgevingsregeling gelden daarbij alleen de onderdelen van NEN 1010 die technische voorschriften uit oogpunt van veiligheid bevatten. In de normupdates houden we de stand van zaken bij.
Het Bbl maakt onderscheid tussen nieuwbouw en bestaande bouw. Voor nieuwbouw moet de installatie voldoen aan de aangewezen uitgave van NEN 1010. Voor bestaande bouw gelden lagere eisen: de Omgevingsregeling wijst daarvoor NEN 1010:1962 aan als ondergrens. Een bestaande installatie hoeft niet bij elke nieuwe normuitgave te worden aangepast. Bij verbouw en uitbreiding geldt voor het nieuwe of gewijzigde deel in beginsel het niveau voor nieuwbouw.
Daarnaast bevat het Bbl specifieke eisen die raken aan de elektrische installatie, bijvoorbeeld over laadpunten voor elektrische voertuigen bij parkeervoorzieningen, noodverlichting en brandveiligheid. Lees meer in het artikel Het Bbl vervangt het Bouwbesluit.
Arbeidsomstandigheden: Arbobesluit en NEN 3140
Voor werkgevers is het Arbobesluit minstens zo belangrijk. Artikel 3.4 van het Arbobesluit eist dat elektrische installaties zo zijn ontworpen, ingericht, aangelegd, onderhouden en gekenmerkt dat een veilig gebruik van elektriciteit zo goed mogelijk is gewaarborgd. Ook moeten er duidelijke, bijgewerkte schema's beschikbaar zijn (met een uitzondering voor laagspanningsinstallaties van beperkte omvang). Dat is een doorlopende verplichting: niet alleen bij oplevering, maar zolang de installatie in gebruik is.
Het Arbobesluit noemt geen vaste inspectietermijn. De gangbare manier om aan te tonen dat u aan de verplichting voldoet, is werken volgens NEN 3140: een installatieverantwoordelijke aanwijzen, veilig werken organiseren en de installatie periodiek laten inspecteren met een termijn die past bij het risico. Die risicobeoordeling hoort aan te sluiten op uw RI&E (risico-inventarisatie en -evaluatie).
Toezicht op de naleving ligt bij de Nederlandse Arbeidsinspectie. Bij een ongeval zal de inspectie vragen hoe u de veiligheid van de installatie heeft geborgd. Een actueel inspectierapport en aantoonbaar herstel van bevindingen zijn dan uw belangrijkste bewijs.
Verzekeraars: polisvoorwaarden en Scope 10
Veel brand- en bedrijfsschadeverzekeringen bevatten een clausule over de elektrische installatie. Daarin kan staan dat de installatie periodiek moet worden geïnspecteerd, door wie, en binnen welke termijn bevindingen moeten worden hersteld. Vaak wordt een Scope 10-inspectie gevraagd: een inspectie volgens NTA 8220, uitgevoerd door een inspectiebedrijf dat is gecertificeerd volgens de SCIOS-regeling. Voor zonnestroomsystemen kan een Scope 12-inspectie worden gevraagd.
Een verzekeringseis is geen wet, maar de gevolgen kunnen groot zijn: wie niet aan de polisvoorwaarden voldoet, loopt het risico dat een schade niet of niet volledig wordt vergoed. Lees de voorwaarden daarom goed en vraag bij twijfel uw tussenpersoon om opheldering. Meer in Scope 10-inspectie: wat verzekeraars van u verwachten.
Overzicht: wie vraagt wat?
| Bron | Verplichting | Gevolg voor inspecties |
|---|---|---|
| Bbl + Omgevingsregeling | Installatie in een bouwwerk voldoet aan NEN 1010 (aangewezen uitgave) | Verificatie bij oplevering en na wijziging |
| Arbobesluit art. 3.4 | Werkgever houdt elektrische installaties veilig | Periodieke inspectie volgens NEN 3140, termijn op basis van risico |
| Verzekeringspolis | Afhankelijk van de clausule | Vaak Scope 10 (NTA 8220) en/of Scope 12 (PV) |
| Omgevingsvergunning of specifieke regels | Bijvoorbeeld voor opslag van gevaarlijke stoffen of batterijsystemen | Afhankelijk van de situatie, bijv. PGS-richtlijnen |
Aansprakelijkheid
Los van specifieke regels bent u als eigenaar of gebruiker van een pand aansprakelijk voor schade die ontstaat door een gebrekkige installatie. In geschillen wordt NEN 1010 vaak gebruikt als maatstaf voor wat een veilige installatie is, en NEN 3140 als maatstaf voor goed beheer. Een gedocumenteerde inspectiehistorie maakt het verschil wanneer u moet aantonen dat u heeft gedaan wat redelijkerwijs van u mocht worden verwacht.
Goed om te weten deze pagina geeft een algemeen overzicht en is geen juridisch advies. Voor uw specifieke situatie kunt u terecht bij uw verzekeraar, branchevereniging of een jurist.