Achtergrondartikel
Scope 10-inspectie: wat uw verzekeraar vraagt en waarom
In het kort
- Scope 10 is een inspectie onder de SCIOS-regeling die elektrisch materieel beoordeelt op brandrisico, op basis van NTA 8220.
- Verzekeraars vragen erom omdat elektrische oorzaken een bekende bron van bedrijfsbranden zijn; het is geen wettelijke plicht.
- Scope 10 richt zich op brandrisico, NEN 3140 op veilig gebruik en werken, NEN 1010 deel 6 op de verificatie bij oplevering.
- Sinds 1 februari 2025 zijn onder meer de beoordeling van onderhoud aan materieel en van omvormers verplicht onderdeel van Scope 10.
Steeds meer bedrijven krijgen van hun verzekeraar de vraag om een Scope 10-inspectie te laten uitvoeren. Vaak staat die eis in de polisvoorwaarden of komt hij voort uit een risico-inspectie van de verzekeraar. In dit artikel leest u wat een Scope 10-inspectie inhoudt, hoe die zich verhoudt tot NEN 3140 en NEN 1010, en wat u met het rapport moet doen.
Wat is een Scope 10-inspectie?
Scope 10 is een deelregeling binnen de SCIOS-certificatieregeling. SCIOS beheert certificatieregelingen voor inspectie en onderhoud van technische installaties, met per onderwerp een eigen scope. Inspectiebedrijven die Scope 10-inspecties uitvoeren, moeten daarvoor gecertificeerd zijn.
De inhoudelijke basis is NTA 8220, een Nederlandse Technische Afspraak met als onderwerp de beoordelingsmethode op brandrisico's van elektrisch materieel. De NTA is tot stand gekomen in samenwerking tussen de elektrotechnische branche, inspectie-instellingen en verzekeraars. Voor de uitvoering onder SCIOS geldt daarnaast een technisch document met aanvullende eisen aan methode en rapportage.
Het kenmerk van Scope 10 is de invalshoek: de vraag is niet of iemand veilig met de installatie kan werken, maar of het elektrisch materieel een verhoogd risico op brand oplevert. De inspecteur kijkt daarom naar verdeelinrichtingen, aansluitingen en verbindingen, belasting van kabels en componenten, opstelling van materieel ten opzichte van brandbare materialen en naar apparaten en machines die een verhoogd risico geven. Meer achtergrond vindt u op de pagina over Scope 10 en NTA 8220.
Waarom vraagt uw verzekeraar om Scope 10?
Een brand door een elektrische oorzaak kan een bedrijf stilleggen, ook als niemand gewond raakt. Voor een verzekeraar is een objectieve, gestandaardiseerde beoordeling van dat risico waardevol: alle gecertificeerde inspectiebedrijven werken volgens dezelfde methode en classificatie, en de uitkomst wordt geregistreerd zodat de verzekeraar die kan controleren.
Scope 10 is geen wettelijke verplichting. De eis komt uit de verzekeringsovereenkomst. Dat maakt het niet vrijblijvend: houdt u zich niet aan een inspectie- of herstelverplichting uit de polis, dan kan dat gevolgen hebben voor de dekking bij schade. Lees daarom goed wat uw polis precies vraagt: welke inspectie, binnen welke termijn en wat er moet gebeuren met de bevindingen.
Wat is het verschil met NEN 3140 en NEN 1010?
In de praktijk worden deze inspecties vaak door elkaar gehaald. Ze hebben elk een eigen doel en grondslag.
| NEN 1010-verificatie | NEN 3140-inspectie | Scope 10-inspectie | |
|---|---|---|---|
| Doel | Aantonen dat een nieuwe of gewijzigde installatie volgens de norm is aangelegd | Vaststellen dat de installatie veilig is voor gebruik en voor wie eraan werkt | Beoordelen of elektrisch materieel een verhoogd brandrisico vormt |
| Moment | Bij oplevering en na wijziging | Periodiek, tijdens de levensduur | Periodiek, vaak op verzoek van de verzekeraar |
| Grondslag | NEN 1010 deel 6, Bbl | Arbobesluit artikel 3.4, NEN 3140 | NTA 8220, SCIOS Scope 10 |
| Wie vraagt erom | Wet- en regelgeving bij bouw en verbouw | Werkgever, Arbeidsinspectie | Verzekeraar |
| SCIOS-variant | n.v.t. | Scope 8 | Scope 10 |
Een NEN 3140-inspectie (of de SCIOS-variant Scope 8) en een Scope 10-inspectie vullen elkaar aan. Veel bedrijven laten ze daarom gecombineerd uitvoeren, wat dubbel werk aan bijvoorbeeld het afschakelen en openen van verdeelinrichtingen scheelt. Het verschil tussen de normen zelf wordt uitgebreider besproken in NEN 1010 of NEN 3140.
Welke rol speelt thermografie?
Thermografie is bij Scope 10 een belangrijk hulpmiddel. Met een warmtebeeldcamera ziet de inspecteur temperatuurverschillen die met het blote oog onzichtbaar zijn: een losse klemverbinding, een overbelaste groep, een ongelijk belaste fase of een component die aan het eind van zijn levensduur is.
Thermografie zegt alleen iets bij voldoende belasting. Een installatie die op het moment van inspectie nauwelijks stroom voert, laat weinig zien. Een goede inspecteur kiest daarom het moment zorgvuldig en noteert de belastingssituatie in het rapport. Daarnaast vervangt thermografie geen visuele inspectie en metingen: vervuiling, ontbrekende afdekkingen of brandbare opslag tegen een verdeelkast vallen met het oog op.
Let op een warmtebeeld is een momentopname. Een verbinding die vandaag bij lage belasting normaal oogt, kan bij piekbelasting wel te warm worden. Bespreek met de inspecteur wanneer uw installatie representatief belast is en plan de inspectie op dat moment.
Wat staat er in het rapport en hoe gaat u om met bevindingen?
Het Scope 10-rapport beschrijft wat is geïnspecteerd, onder welke omstandigheden en wat de bevindingen zijn. Per bevinding vindt u doorgaans de locatie, een omschrijving, foto's of warmtebeelden en een classificatie van de ernst volgens de SCIOS-systematiek. Die classificatie bepaalt de urgentie van herstel.
Een praktische aanpak voor de afhandeling:
- Lees het rapport direct na ontvangst en kijk eerst naar de bevindingen met de hoogste ernst. Daar kan direct handelen nodig zijn.
- Laat herstel uitvoeren door een vakbekwaam installatiebedrijf. Houd inspectie en herstel bij voorkeur gescheiden: dat waarborgt een onafhankelijk oordeel bij de herinspectie.
- Leg het herstel vast met een korte omschrijving en foto's per bevinding.
- Laat een herinspectie of herstelcontrole uitvoeren zodat de bevindingen formeel worden afgemeld.
- Stuur de uitkomst door naar uw verzekeraar als de polis dat vraagt, en bewaar alles in uw installatiedossier.
Bevindingen die niet direct een brandrisico vormen maar wel op slijtage wijzen, zijn waardevolle input voor uw onderhoudsplanning. Gebruik het rapport dus niet alleen als verplichting richting de verzekeraar, maar ook als technisch beeld van de staat van uw installatie.
Hoe vaak moet een Scope 10-inspectie plaatsvinden?
Er is geen wettelijke termijn voor Scope 10. De frequentie volgt uit wat uw verzekeraar voorschrijft en uit het risicoprofiel van uw bedrijf: de aard van de activiteiten, de brandbaarheid van opgeslagen goederen, de leeftijd en belasting van de installatie en de bevindingen bij eerdere inspecties. Verzekeraars hanteren verschillende termijnen, dus de polis is leidend.
Na een ingrijpende wijziging van de installatie of een verandering van gebruik is het verstandig niet te wachten tot de volgende geplande inspectie. Een uitbreiding van de productie, een nieuwe laadvoorziening of een zonnestroomsysteem verandert het risicobeeld. Voor nieuwe of gewijzigde delen is bovendien eerst een verificatie volgens NEN 1010 deel 6 nodig. Meer over periodieke inspecties vindt u bij periodieke inspectie.
Wat is er per 2025 veranderd in Scope 10?
SCIOS heeft per 1 augustus 2024 een herziene certificatieregeling gepubliceerd, met een overgangsperiode: de wijzigingen zijn per 1 februari 2025 verplicht. Voor Scope 10 gaat het onder meer om twee onderwerpen:
- Beoordeling van onderhoud aan materieel. De inspectie kijkt nadrukkelijker naar de vraag of elektrisch materieel wordt onderhouden.
- Beoordeling van omvormers. Aanwezige omvormers, bijvoorbeeld van een zonnestroomsysteem, moeten ook worden beoordeeld.
Heeft u zonnepanelen op uw dak, dan valt de omvormer dus binnen de Scope 10-inspectie. De PV-installatie als geheel, inclusief panelen, bekabeling en connectoren op het dak, valt onder Scope 12. Daarover leest u meer in het artikel over zonnepanelen op bedrijfsdaken.