Inspecties
Inspectie van batterijopslag in bedrijfspanden
Norm PGS 37-1, NEN 1010, NEN 1010-8
Steeds meer bedrijven plaatsen een batterijsysteem om zonnestroom op te slaan, pieken in het verbruik af te vlakken of netcongestie op te vangen. Een energieopslagsysteem (ESS) met lithium-ion batterijen is elektrisch gezien een bijzondere installatie: het levert gelijkstroom, kan grote kortsluitstromen leveren en heeft een specifiek brandrisico. Bij de inspectie komen daarom zowel NEN 1010 als PGS 37-1 in beeld.
Welke regels gelden voor batterijopslag?
Er is geen aparte NEN 1010-inspectie voor batterijsystemen. De elektrische installatie rond het systeem moet voldoen aan NEN 1010, de opstelling en brandveiligheid worden in de praktijk beoordeeld aan de hand van PGS 37-1, en het batterijsysteem zelf moet voldoen aan de productnormen waarvoor de fabrikant verantwoordelijk is.
| Kader | Waar het over gaat |
|---|---|
| NEN 1010 (algemene delen) | Bescherming tegen elektrische schok en overstroom, keuze van kabels en beveiligingen, ook aan de DC-zijde |
| NEN 1010 deel 7-712 | Van toepassing als het systeem is gekoppeld aan een PV-installatie |
| NEN 1010-8 | Aanvullende eisen voor installaties met lokale opwekking en opslag, en energie-efficiëntie |
| PGS 37-1 (2023) | Veiligheid van energieopslagsystemen met lithiumhoudende batterijen: opstelling, brandveiligheid, organisatie |
| Aansluitvoorwaarden netbeheerder | Eisen aan aansluiting en terugleveren op het net |
PGS 37-1 is geschreven voor systemen met een capaciteit van meer dan 20 kWh en geldt zowel voor opstellingen binnen als buiten, in een gebouw, container of kast. Het is een richtlijn, maar het bevoegd gezag kan haar via de omgevingsvergunning verplicht stellen. Meer achtergrond leest u in het artikel over batterijopslag in een bedrijfspand en PGS 37.
Wanneer is een inspectie nodig?
Bij plaatsing van een batterijsysteem hoort een eerste verificatie volgens NEN 1010 deel 6 van de elektrische installatie, inclusief de aansluiting op de bestaande hoofdverdeler. Daarna valt het systeem onder de periodieke inspectie volgens NEN 3140. Daarnaast vraagt PGS 37-1 om periodiek onderhoud en controle van het systeem volgens de instructies van de fabrikant.
Wat wordt er gecontroleerd?
Bij de elektrische verificatie gaat het om de standaardmetingen uit deel 6, met een paar aanvullingen die specifiek zijn voor opslag.
Beveiliging aan de DC-zijde. Een batterij kan zeer hoge kortsluitstromen leveren. De beveiligingen tussen batterij en omvormer moeten geschikt zijn voor gelijkstroom en voor die kortsluitstroom. Een AC-beveiliging op een DC-circuit is een fout die in de praktijk wordt aangetroffen.
Scheiding en noodstop. Het moet duidelijk zijn hoe het systeem veilig wordt vrijgeschakeld, zowel aan de AC- als aan de DC-zijde, en of er een noodstop of brandweerschakelaar is.
Aarding en vereffening. Behuizingen, racks en kabelgoten moeten correct zijn opgenomen in de vereffening. Geleiders voor functionele aarding zijn sinds NEN 1010:2020+C1:2024 roze.
Kabeldimensionering en spanningsval. Bij grote stromen tussen batterij en omvormer is de doorsnede van de DC-kabels en de kwaliteit van de verbindingen bepalend voor opwarming.
Waar let de inspecteur extra op?
Naast de elektrische installatie kijkt een inspecteur naar de omstandigheden waarin het systeem staat. Die punten komen grotendeels uit PGS 37-1.
- de opstelplaats: afstand tot vluchtwegen, brandcompartimentering en brandbare materialen;
- ventilatie en temperatuurbeheersing volgens de specificaties van de fabrikant;
- detectie en alarmering, en de afstemming daarvan met de brandmeldinstallatie;
- bereikbaarheid voor de brandweer en informatie over het systeem bij de ingang;
- documentatie: risicoanalyse, onderhoudsplan, instructies van de fabrikant.
In de praktijk een batterijsysteem wordt vaak na de zonnepanelen geplaatst, door een andere partij. Controleer dan of de bestaande installatie, de beveiligingen in de hoofdverdeler en de selectiviteit nog kloppen met het nieuwe totaalbeeld.
Na de inspectie
Leg de bevindingen vast in het installatiedossier, samen met de documentatie van het batterijsysteem en de risicoanalyse. Bespreek met uw verzekeraar of zij aanvullende eisen stellen, bijvoorbeeld aan de opstelplaats of aan een thermografische controle bij een Scope 10-inspectie. Wordt het systeem gecombineerd met PV, zie dan ook zonnepanelen.
Veelgestelde vragen
Vanaf welke capaciteit geldt PGS 37-1?
PGS 37-1 is geschreven voor energieopslagsystemen met lithiumhoudende batterijen met een capaciteit van meer dan 20 kWh. Voor kleinere systemen geldt de richtlijn formeel niet, maar het is verstandig de uitgangspunten wel toe te passen, zeker in een bedrijfspand.
Is PGS 37-1 wettelijk verplicht?
PGS 37-1 is een richtlijn, geen wet. Het bevoegd gezag kan de richtlijn wel via een omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift verplicht stellen, en verzekeraars en brandweer gebruiken haar als referentie. Een wijziging van het Besluit activiteiten leefomgeving die PGS 37 wettelijk verankert, lag in het voorjaar van 2026 ter consultatie; volgens IPLO treedt die naar verwachting in de loop van 2028 in werking (stand oktober 2026).
Wat is het verschil tussen PGS 37-1 en PGS 37-2?
PGS 37-1 gaat over energieopslagsystemen die in gebruik zijn, zoals een batterijsysteem dat stroom van zonnepanelen opslaat. PGS 37-2 gaat over de opslag van lithiumhoudende energiedragers, bijvoorbeeld batterijen of producten met batterijen die in een magazijn liggen.