Onafhankelijke kennis over NEN 1010-inspecties voor bedrijven Normupdates per e-mailStel een vraag

Inspecties

Inspectie van installaties op kermissen en attracties

Norm NEN 1010 deel 7-740

Op een kermis wordt in korte tijd een complete elektrische infrastructuur opgebouwd: aansluitkasten op het plein, kabels naar tientallen attracties en kramen, soms aangevuld met aggregaten. Na een paar dagen gaat alles weer naar de volgende plaats. Het publiek loopt tussen de kabels door, vaak in het donker en bij regen. NEN 1010 bevat daarom in deel 7-740 aanvullende eisen voor tijdelijke installaties op kermissen, in attractieparken en circussen.

Waar gaat deel 7-740 over?

Deel 7-740 geldt voor tijdelijke elektrische installaties van constructies, attracties, kramen en tenten op kermisterreinen, in attractieparken en bij circussen. Het gaat om de voeding vanaf het aansluitpunt tot en met de installatie in de attractie of kraam.

Het is belangrijk dit te onderscheiden van de keuring van de attractie zelf. Attractietoestellen vallen onder het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen en worden gekeurd door een door de overheid aangewezen keuringsinstelling. Die keuring gaat over het toestel als geheel. De tijdelijke installatie op het terrein, die de attracties voedt, valt onder deel 7-740.

Let op internationaal zijn de eisen van deel 7-740 in 2026 samengevoegd met die voor tentoonstellingen in IEC 60364-7-711:2026. Hoe en wanneer dit in NEN 1010 doorwerkt, is nog niet bekend. Zie ook evenementen en beurzen.

Welke eisen gelden?

Onderwerp Aandachtspunt
Aardlekbeveiliging Eindgroepen voor contactdozen, verlichting en andere eindgroepen beveiligd met een aardlekschakelaar van maximaal 30 mA
Voeding per attractie of kraam Elke unit afzonderlijk te scheiden en te beveiligen, met selectiviteit ten opzichte van de voedende beveiliging
Kabels Geschikt voor buitengebruik en mechanische belasting, beschermd waar publiek of voertuigen passeren
Verdeelinrichtingen Afsluitbaar, niet bereikbaar voor publiek, geschikt voor de omgeving
Aarding en vereffening Passend bij het aardingsstelsel van de aansluiting of het aggregaat; vereffening van metalen constructies

Bij circussen en evenementen met dieren gelden aanvullende aandachtspunten voor ruimten waar dieren verblijven, omdat dieren gevoeliger zijn voor aanrakingsspanningen dan mensen.

Wanneer wordt er geïnspecteerd?

Net als bij beurzen geldt bij kermissen het uitgangspunt dat de tijdelijke installatie na elke opbouw op locatie wordt geïnspecteerd en beproefd. Een attractie die vorige week op een ander plein goed werkte, kan na transport een beschadigde kabel of losgeraakte verbinding hebben. Ook de omstandigheden verschillen: een andere aansluitkast, een andere ondergrond, een ander aardingsstelsel.

De inspectie volgt de systematiek van de eerste verificatie volgens NEN 1010 deel 6: een visuele inspectie, de controle van beschermingsleidingen, de beproeving van de aardlekbeveiliging en, waar nodig, metingen aan de foutlus of de aardverspreidingsweerstand.

Waar let de inspecteur extra op?

In de praktijk komen op kermisterreinen vooral deze punten terug:

  • kabels die over het terrein liggen zonder kabelbrug of andere bescherming;
  • verbindingen in de openlucht zonder geschikte, waterdichte koppelingen;
  • verdeelkasten die bereikbaar zijn voor publiek of slecht afgesloten zijn;
  • aggregaten zonder duidelijke aarding of met onduidelijke beveiligingsconcepten;
  • verlichting en lichtreclame met beschadigde bedrading of losse armaturen;
  • aardlekschakelaars die bij beproeving niet of te traag afschakelen.

Tip exploitanten die het hele seizoen rondreizen, doen er goed aan hun eigen installatie in de attractie of kraam goed gedocumenteerd te hebben, inclusief tekeningen en eerdere meetwaarden. Dat versnelt de controle bij elke nieuwe opbouw.

Na de inspectie

Leg per opbouw vast welke onderdelen zijn gecontroleerd, met welke resultaten en wie de installatie heeft vrijgegeven. Gebreken worden vóór openstelling voor publiek hersteld, of het betreffende onderdeel blijft uitgeschakeld. Voor de vaste installatie van een attractiepark geldt daarnaast de periodieke inspectie volgens NEN 3140.

Veelgestelde vragen

Is de keuring van een attractie hetzelfde als de inspectie volgens deel 7-740?

Nee. Attractietoestellen worden onder het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen gekeurd door een aangewezen keuringsinstelling. Deel 7-740 gaat over de tijdelijke elektrische installatie die de attracties en kramen op het terrein voedt. Beide zijn nodig, maar ze worden door verschillende partijen en met een ander doel beoordeeld.

Wie is verantwoordelijk voor de stroomvoorziening op een kermisterrein?

Meestal regelt de gemeente of de organisator de hoofdvoeding en de verdeling over het terrein, en is de exploitant verantwoordelijk voor de installatie vanaf het aansluitpunt van zijn attractie of kraam. Leg vooraf vast waar de grens ligt en wie welk deel inspecteert.

Geldt deel 7-740 ook voor een vast attractiepark?

Deel 7-740 is geschreven voor tijdelijke installaties van constructies, attracties en kramen die worden opgebouwd en weer afgebroken. In een attractiepark kunnen dat bijvoorbeeld seizoensgebonden of verplaatsbare attracties zijn. Voor de vaste installatie van het park gelden de algemene eisen van NEN 1010 en de periodieke inspectie volgens NEN 3140.