Achtergrondartikel
Opleveren volgens NEN 1010 deel 6: metingen en opleverdossier
In het kort
- NEN 1010 deel 6 schrijft voor dat een nieuwe of gewijzigde installatie vóór ingebruikname wordt geverifieerd: visueel geïnspecteerd, beproefd en gemeten.
- De belangrijkste metingen zijn continuïteit van beschermingsleidingen, isolatieweerstand, automatische uitschakeling en de werking van aardlekbeveiliging.
- Een opleverdossier bevat minimaal actuele tekeningen en schema's, het meet- en beproevingsrapport en de verklaring van de installateur.
- Wie een installatie overneemt, doet er goed aan het dossier vóór acceptatie te controleren in plaats van achteraf.
Een elektrische installatie die nieuw is aangelegd, uitgebreid of gewijzigd, mag pas in gebruik worden genomen als is vastgesteld dat ze aan de norm voldoet. NEN 1010 legt die stap vast in deel 6: verificatie. Dit is de eigenlijke NEN 1010-inspectie, ook wel eerste inspectie of opleverinspectie genoemd. In dit artikel leest u wat de verificatie inhoudt, welke metingen erbij horen, wat er in een opleverdossier thuishoort en waar u als facilitair of technisch manager op kunt letten.
Wat is verificatie volgens NEN 1010 deel 6?
Verificatie is het geheel van handelingen waarmee wordt gecontroleerd of een installatie overeenstemt met de eisen van NEN 1010. Het gaat om drie onderdelen: visuele inspectie, beproeven en meten, en rapportage. De verificatie vindt plaats tijdens de aanleg en na voltooiing, en in elk geval voordat de installatie aan de gebruiker wordt overgedragen.
De verificatie wordt uitgevoerd door een vakbekwaam persoon. Dat kan de installateur zelf zijn, of een onafhankelijke inspecteur in opdracht van de installateur of de opdrachtgever. Bij een wijziging of uitbreiding moet worden vastgesteld dat het nieuwe deel voldoet én dat de veiligheid van het bestaande deel niet nadelig wordt beïnvloed. Meer over de inhoud van zo'n inspectie leest u op de pagina opleverinspectie.
Visuele inspectie: wat wordt er gecontroleerd?
De visuele inspectie gaat vooraf aan het beproeven en gebeurt in principe met de installatie spanningsloos. De inspecteur controleert onder meer of het materieel geschikt is voor de omgeving en correct is gekozen en geïnstalleerd, of beschermingsmaatregelen tegen elektrische schok aanwezig zijn, en of beveiligingstoestellen passen bij de leidingen die ze beveiligen.
Verder wordt gekeken naar de identificatie van leidingen en aders, de aanwezigheid van schema's en waarschuwingen, de bereikbaarheid van schakel- en beveiligingstoestellen, brandwerende doorvoeringen, en de keuze en installatie van leidingen in verband met spanningsval en mechanische belasting. Fouten die hier worden gevonden, zijn vaak eenvoudig te herstellen voordat de installatie onder spanning komt.
Welke metingen en beproevingen horen erbij?
Na de visuele inspectie volgen de beproevingen. NEN 1010 deel 6 geeft aan welke metingen van toepassing zijn, voor zover relevant voor de betreffende installatie. Een aantal metingen bouwt op elkaar voort, dus de volgorde doet ertoe: een fout in de beschermingsleiding moet zijn uitgesloten voordat u op betrouwbare metingen van de uitschakeling kunt vertrouwen.
| Meting of beproeving | Wat wordt aangetoond |
|---|---|
| Continuïteit van beschermingsleidingen en vereffeningsleidingen | De beschermingsleiding is ononderbroken en goed aangesloten tot aan elk aansluitpunt |
| Isolatieweerstand | De isolatie tussen actieve geleiders onderling en ten opzichte van aarde is voldoende |
| Bescherming door SELV, PELV of elektrische scheiding | De scheiding tussen stroomkringen is in orde, waar deze maatregel is toegepast |
| Polariteit | Enkelpolige schakelaars en beveiligingen zitten in de fasegeleider, aansluitingen zijn correct |
| Automatische uitschakeling (lusimpedantie, aardverspreidingsweerstand) | Bij een fout schakelt de beveiliging binnen de vereiste tijd af |
| Aanvullende bescherming (aardlekbeveiliging) | Aardlekschakelaars schakelen af binnen de gestelde waarden |
| Draaiveldrichting | Bij driefase-contactdozen en motoren is de fasevolgorde juist |
| Functionele beproeving | Schakelingen, vergrendelingen en bedieningen werken zoals bedoeld |
| Spanningsval | De spanningsval blijft binnen de grenzen, waar dit niet al uit de berekening volgt |
Voor de isolatieweerstand gelden minimumwaarden die afhangen van de nominale spanning van de stroomkring. Bij gangbare 230/400 V-installaties wordt gemeten met een gelijkspanning van 500 V; voor SELV- en PELV-kringen geldt een lagere meetspanning. Let er bij het meten op dat gevoelige apparatuur, overspanningsbeveiliging en elektronische componenten zo nodig worden losgenomen, en dat dit in het rapport wordt vermeld.
Bij de automatische uitschakeling wordt met de gemeten lusimpedantie nagegaan of de foutstroom groot genoeg is om de beveiliging binnen de voorgeschreven uitschakeltijd te laten aanspreken. Bij aardlekbeveiliging wordt de werking getest met een meetinstrument dat de uitschakelstroom en -tijd vaststelt. De testknop op de aardlekschakelaar zelf is daarvoor niet voldoende.
Wat staat er in het verificatierapport?
De resultaten van de verificatie worden vastgelegd in een rapport. Daarin staan de gegevens van de installatie en de omvang van de verificatie, de bevindingen van de visuele inspectie, de meetwaarden per stroomkring, de gebruikte meetinstrumenten en de naam van degene die de verificatie heeft uitgevoerd. Ook afwijkingen en de wijze waarop die zijn opgelost, horen erin.
Een rapport met alleen de vermelding "goedgekeurd" is onvoldoende. Juist de meetwaarden zijn later van belang: bij een periodieke inspectie volgens NEN 3140 kan de inspecteur nieuwe metingen vergelijken met de waarden bij oplevering en zo veroudering of verslechtering signaleren. Lees ook de pagina over de NEN 1010-inspectie voor een toelichting op de rapportage.
Wat hoort er in een compleet opleverdossier?
Het verificatierapport is één onderdeel van het opleverdossier. Om de installatie veilig te kunnen beheren, uitbreiden en inspecteren, heeft u meer nodig. Een compleet dossier bevat in de regel:
- tekeningen van de installatie zoals uitgevoerd (revisietekeningen), met plaats van verdeelinrichtingen, leidingtracés en eindpunten;
- installatieschema's van alle verdeelinrichtingen, met per groep de beveiliging, leidingdoorsnede en aangesloten verbruikers;
- het meet- en beproevingsrapport volgens NEN 1010 deel 6;
- een verklaring van de installateur dat de installatie is aangelegd en geverifieerd volgens de afgesproken uitgave van NEN 1010;
- documentatie van verdeelinrichtingen, zoals de verklaring van overeenstemming en het typeplaatje volgens de productnorm;
- gebruiks- en onderhoudsinformatie van toegepast materieel, zoals laadpalen, omvormers of noodverlichting;
- berekeningen voor kortsluitstromen, selectiviteit en spanningsval, voor zover gemaakt.
In de praktijk het dossier is het sterkst als al in de opdracht of het bestek is vastgelegd welke stukken bij oplevering moeten worden aangeleverd en in welk formaat. Achteraf schema's laten maken van een installatie die al in gebruik is, kost meer tijd en levert vaak minder betrouwbare informatie op.
Verantwoordelijkheid: installateur of opdrachtgever?
De installateur is verantwoordelijk voor een installatie die voldoet aan de afgesproken norm en voor de verificatie daarvan. Ook als een onafhankelijke inspecteur de verificatie uitvoert, blijft de installateur verantwoordelijk voor zijn werk. De opdrachtgever is verantwoordelijk voor een heldere opdracht: welke uitgave van NEN 1010 geldt, welke bijzondere omstandigheden er zijn en welke documentatie wordt verwacht.
Na overdracht verschuift de verantwoordelijkheid voor de bedrijfsvoering naar de eigenaar of gebruiker. Vanaf dat moment valt de installatie onder het beheer volgens NEN 3140, met een aangewezen installatieverantwoordelijke en periodieke inspecties op basis van een risicobeoordeling.
Tips voor facilitair managers die een installatie overnemen
Neem een installatie niet over voordat het dossier compleet is. Controleer of de schema's overeenkomen met wat er in de verdeelinrichting zit, en of het meetrapport alle groepen bevat. Vraag na welke uitgave van NEN 1010 is toegepast; sinds de komst van het Bbl is de wettelijk aangewezen uitgave nog steeds NEN 1010:2015 met aanvullingen, maar in contracten wordt soms de 2020-uitgave voorgeschreven. Meer daarover leest u in ons artikel over het Bbl en de elektrische installatie.
Let ook op openstaande punten. Afwijkingen die bij oplevering zijn geconstateerd, moeten zijn hersteld en opnieuw geverifieerd voordat u tekent. En bewaar het dossier op een plek waar de installatieverantwoordelijke en toekomstige inspecteurs er ook na jaren nog bij kunnen.