Onafhankelijke kennis over NEN 1010-inspecties voor bedrijven Normupdates per e-mailStel een vraag

Achtergrondartikel

Batterijopslag in bedrijfspanden: PGS 37, NEN 1010 en inspectie

· · 6 min leestijd

In het kort

  • PGS 37-1 gaat over lithium-ion energieopslagsystemen, PGS 37-2 over de opslag van lithiumhoudende energiedragers zoals losse accu's en producten met batterijen.
  • De PGS'en zijn richtlijnen; ze worden verplicht via een vergunning, het omgevingsplan of als invulling van de zorgplicht.
  • NEN 1010 kent geen apart deel 7 voor batterijopslag; de algemene veiligheidsdelen en deel 8 voor prosumenteninstallaties zijn van toepassing.
  • Betrek verzekeraar en brandweer vroeg en laat de installatie bij oplevering verifiëren en daarna periodiek inspecteren.

Batterijopslag wordt in bedrijfspanden snel gangbaarder. Bedrijven gebruiken een batterij-energieopslagsysteem (BESS) om zonnestroom zelf te benutten, pieken in de netafname af te vlakken of een beperkte netaansluiting op te vangen. Daarmee komt ook een nieuw risico het pand in: lithium-ion batterijen kunnen bij een defect in thermal runaway raken, een brand die zichzelf in stand houdt en moeilijk te blussen is. In dit artikel leest u welke richtlijnen gelden, wat NEN 1010 vraagt en hoe u plaatsing en inspectie aanpakt.

Wat regelen PGS 37-1 en PGS 37-2?

De Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen (PGS) beschrijft de stand van de techniek voor het veilig omgaan met gevaarlijke stoffen. Voor lithiumbatterijen zijn twee delen relevant, beide in december 2023 vastgesteld door het Bestuurlijk Omgevingsberaad.

PGS 37-1 PGS 37-2
Onderwerp Lithiumhoudende energieopslagsystemen (EOS) Opslag van lithiumhoudende energiedragers
Voorbeelden Batterijsystemen gekoppeld aan de elektrische installatie, buurtbatterijen, containeropstellingen Losse batterijen en accupacks, voorraad van producten met ingebouwde batterij zoals e-bikes en gereedschap
Kern Ontwerp, plaatsing, beveiliging, detectie, bestrijding en beheer van een werkend systeem Veilige opslag van batterijen die niet in bedrijf zijn, op basis van een risicobenadering
Typische gebruiker Bedrijf dat een BESS plaatst Groothandel, distributiecentrum, fietsenhandel, producent

PGS 37-1 kent een ondergrens: kleine systemen, zoals de gangbare thuisbatterij, vallen er niet onder. In toelichtingen en analyses wordt als ondergrens een totale opslagcapaciteit van meer dan 20 kWh genoemd. Controleer voor uw situatie de precieze reikwijdte in de PGS-tekst zelf.

Let op het onderscheid. Een BESS in bedrijf valt onder PGS 37-1. Een magazijn met reservemodules of een voorraad producten met batterijen valt onder PGS 37-2. In één pand kunnen beide spelen.

Zijn de PGS 37-richtlijnen verplicht?

Een PGS is een richtlijn, geen wet. Het opslaan van lithiumbatterijen en het in gebruik hebben van een EOS zijn op dit moment niet aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Het Rijk werkt aan een wijziging van het Bal om dat wel te regelen. Tot die tijd kan PGS 37 op verschillende manieren verplicht worden:

  • via voorschriften in een omgevingsvergunning, als uw activiteit vergunningplichtig is;
  • als invulling van de zorgplicht (artikel 2.11 Bal), eventueel met een maatwerkvoorschrift van het bevoegd gezag;
  • via regels die de gemeente in het omgevingsplan opneemt.

Ook als geen van deze routes formeel van toepassing is, gebruiken bevoegd gezag, veiligheidsregio en verzekeraar de PGS in de praktijk als referentie. Wie ervan afwijkt, moet kunnen onderbouwen dat een gelijkwaardig veiligheidsniveau wordt bereikt. Meer over de verhouding tussen regels en normen leest u bij wet- en regelgeving.

Welke eisen stelt NEN 1010 aan batterijopslag?

NEN 1010 kent geen afzonderlijk deel 7 voor batterijopslag, zoals er wel een is voor zonnestroomsystemen (deel 7-712) of laadinfrastructuur (deel 7-722). De elektrische aansluiting van een BESS valt daarom onder de algemene delen van de norm: beveiliging tegen elektrische schok, beveiliging tegen overstroom en kortsluiting, scheiden en schakelen, keuze en aanleg van materieel en de eisen voor opwekeenheden die parallel aan het net kunnen werken. Wordt de batterij gecombineerd met zonnepanelen, dan is voor het PV-deel ook deel 7-712 van toepassing.

Daarnaast is NEN 1010 deel 8 relevant. Dat deel gaat over energie-efficiëntie en over installaties met lokale opwekking en opslag, de zogeheten prosumenteninstallaties. Deel 8 bevat functionele eisen en aanbevelingen, bijvoorbeeld over energiebeheer, maar doet niets af aan de veiligheidseisen uit de rest van de norm. Meer daarover vindt u op de pagina over NEN 1010-8.

Internationaal is in 2022 een apart normdeel verschenen voor het aanbrengen van stationaire secundaire batterijen (IEC 60364-5-57, in Europa HD 60364-5-57). Voor zover wij kunnen nagaan, is dat deel nog niet in de huidige Nederlandse NEN 1010-uitgave opgenomen. Het is wel een bruikbare referentie voor ontwerpers. Voor het batterijsysteem zelf gelden daarnaast productnormen, zoals IEC 62619 voor de veiligheid van industriële lithiumcellen en -batterijen; vraag de leverancier naar de conformiteit.

Waar plaatst u een batterijsysteem in of bij een bedrijfspand?

De plaatsingskeuze bepaalt voor een groot deel het risico en de benodigde maatregelen. Grofweg zijn er drie opties: een buitenopstelling in een container of kast, een aparte technische ruimte in het gebouw, of een opstelling in een bestaande ruimte zoals een magazijn of technische ruimte met ander gebruik. Die laatste optie is uit brandveiligheidsoogpunt het lastigst te verantwoorden.

Bij een binnenopstelling zijn de belangrijkste aandachtspunten:

  • Brandcompartimentering. Een batterijbrand moet binnen de ruimte blijven. Een aparte ruimte met een voldoende brandwerende scheiding beperkt de gevolgen voor de rest van het pand.
  • Rook- en gasafvoer. Bij thermal runaway komen brandbare en giftige gassen vrij. De ruimte moet zo zijn ontworpen dat die gassen zich niet kunnen ophopen.
  • Detectie en alarmering. Vroege detectie, gekoppeld aan het batterijmanagementsysteem en de brandmeldinstallatie, geeft tijd om in te grijpen.
  • Bereikbaarheid en uitschakeling. De brandweer moet weten waar het systeem staat en hoe het spanningsloos kan worden gemaakt. Duidelijke markering en een goed bereikbare noodschakeling horen daarbij.
  • Omgevingscondities. Temperatuur, vocht en mechanische bescherming tegen bijvoorbeeld heftrucks beïnvloeden de levensduur en de veiligheid.

Een buitenopstelling verschuift de aandacht naar afstanden tot gebouwen, terreingrenzen en vluchtwegen, en naar de bereikbaarheid voor de brandweer. PGS 37-1 werkt deze onderwerpen uit.

Waarom moet u verzekeraar en brandweer vroeg betrekken?

Veel verzekeraars hebben eigen preventievoorschriften voor batterijopslag, of beoordelen een BESS per geval. Wie pas na plaatsing contact opneemt, loopt het risico dat aanvullende maatregelen nodig zijn die in de ontwerpfase eenvoudiger en goedkoper waren geweest. Meld het voornemen daarom vroeg en vraag welke eisen gelden.

Hetzelfde geldt voor de brandweer en de veiligheidsregio. Zij adviseren het bevoegd gezag en hebben belang bij informatie over de locatie, de capaciteit, het type batterij en de uitschakelmogelijkheden. Een bereikbaarheidskaart of aanvalsplan waarin de batterijopslag is opgenomen, helpt bij een incident.

In de praktijk stel vóór de bestelling een kort dossier op met de beoogde locatie, de capaciteit, het batterijtype, de productcertificaten en een plattegrond met compartimentering en uitschakelpunten. Met dat dossier kunnen verzekeraar, brandweer en bevoegd gezag gericht reageren, en u voorkomt dat het ontwerp na plaatsing moet worden aangepast.

Hoe ziet de inspectie bij oplevering en periodiek eruit?

Bij oplevering moet de elektrische installatie, inclusief de aansluiting van het batterijsysteem, worden geverifieerd volgens NEN 1010 deel 6. Dat omvat de visuele inspectie, de beproevingen en de vastlegging in een opleverdossier. Hoe dat verloopt, leest u bij de opleverinspectie. Daarnaast hoort bij oplevering een controle of de maatregelen uit PGS 37-1 en eventuele vergunningvoorschriften zijn uitgevoerd, en de inbedrijfstelling volgens de instructies van de fabrikant.

Tijdens de levensduur verandert de vraag van "is het goed aangelegd" naar "blijft het veilig". De installatie valt dan onder de periodieke inspectie volgens NEN 3140 en, als uw verzekeraar dat vraagt, onder een Scope 10-inspectie. Sinds 1 februari 2025 hoort de beoordeling van omvormers verplicht bij Scope 10, wat bij een BESS met omvormer direct relevant is. Lees meer in het artikel over de Scope 10-inspectie.

Moment Wat wordt beoordeeld Basis
Ontwerp Locatie, compartimentering, detectie, uitschakeling PGS 37-1, eisen verzekeraar en bevoegd gezag
Oplevering Elektrische aansluiting en beveiligingen NEN 1010 deel 6
Oplevering Uitvoering van PGS-maatregelen en vergunningvoorschriften PGS 37-1, omgevingsvergunning
Periodiek Staat van de installatie en veilig gebruik NEN 3140
Periodiek Brandrisico van materieel, inclusief omvormer Scope 10 (NTA 8220)

Een vaste wettelijke termijn voor de periodieke inspectie bestaat niet; de frequentie volgt uit een risicobeoordeling en uit de eisen van verzekeraar en vergunning. Daarnaast vraagt een BESS regulier onderhoud volgens de fabrikant, inclusief het bijhouden van meldingen uit het batterijmanagementsysteem. Meer over de inspecties zelf vindt u op de pagina over batterijopslag.