Onafhankelijke kennis over NEN 1010-inspecties voor bedrijven Normupdates per e-mailStel een vraag

Achtergrondartikel

Zonnepanelen op bedrijfsdaken: brandrisico's en inspectie

· · 6 min leestijd

In het kort

  • De meeste brandrisico's van een PV-systeem zitten aan de DC-zijde: connectoren, kabelmanagement en de plaats van de omvormer.
  • NEN 1010 deel 7-712 bevat de installatie-eisen voor zonnestroomsystemen; de verificatie bij oplevering volgt NEN 1010 deel 6.
  • Verzekeraars vragen voor PV op bedrijfsdaken steeds vaker een Scope 12-inspectie onder de SCIOS-regeling.
  • Thermografie en IV-curvemetingen zijn nuttige hulpmiddelen, maar vervangen de visuele inspectie en de standaardmetingen niet.

Een zonnestroomsysteem op een bedrijfsdak is een elektrische installatie die jarenlang in weer en wind functioneert, vaak op een plek waar niemand dagelijks komt. Juist daardoor blijven gebreken lang onopgemerkt. In dit artikel leest u waar de brandrisico's zitten, welke eisen NEN 1010 stelt, wat verzekeraars verwachten en hoe een inspectie bij oplevering en tijdens de levensduur eruitziet.

Waar ontstaan de brandrisico's bij zonnepanelen?

Bij brand met PV-systemen wijst het onderzoek vrijwel altijd naar de gelijkstroomzijde (DC). Een PV-string levert gelijkspanning die bij daglicht niet uit te schakelen is zolang de panelen licht ontvangen. Een slechte verbinding kan dan een vlamboog veroorzaken die, anders dan bij wisselstroom, niet vanzelf dooft bij een nuldoorgang.

In de praktijk komen we steeds dezelfde oorzaken tegen:

  • DC-connectoren die niet goed zijn gemonteerd. Een connector die met verkeerd gereedschap is gekrompen, niet volledig is vergrendeld of waar vocht in staat, krijgt een hogere overgangsweerstand. Dat leidt tot opwarming en uiteindelijk tot een vlamboog.
  • Mismatch van connectoren. Twee connectoren van verschillende fabrikanten passen mechanisch vaak op elkaar, maar dat betekent niet dat ze elektrisch en qua materiaal compatibel zijn. Contactmaterialen, toleranties en afdichtingen verschillen.
  • Kabelmanagement. Kabels die los op het dak liggen, in water staan, langs scherpe randen van de onderconstructie schuren of strak om een hoek zijn getrokken, raken beschadigd. Ook connectoren die op de dakbedekking liggen in plaats van vastgezet aan de constructie zijn een bekend aandachtspunt.
  • De plaats van de omvormer. Een omvormer produceert warmte en bevat vermogenselektronica. Montage op of tegen brandbaar materiaal, zonder voldoende ventilatieruimte of op een plek waar niemand hem ziet, vergroot het risico en de gevolgen van een defect.

Daarnaast speelt de dakopbouw een rol. Op een dak met brandbare isolatie of dakbedekking kan een vonk of vlamboog sneller tot een dakbrand leiden dan op een onbrandbare ondergrond.

Wat eist NEN 1010 deel 7-712?

NEN 1010 deel 7-712 bevat de aanvullende eisen voor zonnestroomsystemen (PV). Het onderdeel behandelt onder meer de beveiliging tegen elektrische schok aan de DC-zijde, de keuze en het aanbrengen van materieel dat geschikt is voor gelijkspanning, scheidings- en schakelvoorzieningen, beveiliging tegen overstroom en de aansluiting op de rest van de installatie. Voor een overzicht van de opbouw van de norm kunt u terecht op de pagina wat is NEN 1010.

Over connectoren is de lijn helder: verbindingen van verschillende fabrikanten zijn alleen aanvaardbaar als de compatibiliteit aantoonbaar is. Branchepartijen wijzen erop dat de norm daarvoor de instemming van beide fabrikanten verlangt. In de praktijk betekent dit dat u per verbinding hetzelfde type van dezelfde fabrikant gebruikt, of een schriftelijke bevestiging hebt dat de combinatie is toegestaan.

Welke uitgave van NEN 1010 wettelijk geldt, staat in de Omgevingsregeling. Op het moment van schrijven is dat nog NEN 1010:2015 (met correctie- en wijzigingsblad). NEN 1010:2020+C1:2024 is gepubliceerd en de aanwijzing daarvan is voorgesteld, maar nog niet van kracht. Meer daarover leest u bij wet- en regelgeving.

Wat verwachten verzekeraars van PV op bedrijfsdaken?

Voor bedrijfsdaken stellen verzekeraars vaak eigen voorwaarden die verder gaan dan de wettelijke ondergrens. Die verschillen per verzekeraar en per object, dus raadpleeg altijd uw eigen polis of preventievoorschriften. Veelgehoorde eisen en aanbevelingen zijn:

Onderwerp Wat verzekeraars doorgaans willen zien
Inspectie Een Scope 12-inspectie na aanleg en daarna periodiek
Installateur Aanleg door een vakbekwaam installatiebedrijf, met opleverdossier
Connectoren Geen combinaties van verschillende merken zonder aantoonbare compatibiliteit
Omvormer Montage op onbrandbare ondergrond, goed bereikbaar en geventileerd
Dakopbouw Aandacht voor brandbaarheid van isolatie en dakbedekking, en voor compartimentering
Bereikbaarheid Vrije looppaden en ruimte rond dakdoorvoeren en brandscheidingen

De provincie Drenthe heeft bijvoorbeeld een leidraad over de verzekerbaarheid van zon op bedrijfsdaken gepubliceerd die goed laat zien welke vragen u vooraf kunt verwachten. Het loont om de verzekeraar al in de ontwerpfase te betrekken, niet pas na oplevering.

Wat is een Scope 12-inspectie?

Scope 12 is de deelregeling binnen de SCIOS-certificatieregeling voor de inspectie van zonnestroomsystemen. De inspectiemethode en de rapportage-eisen zijn vastgelegd in SCIOS Technisch Document 18 (TD18), "Inspectie van zonnestroominstallaties". Alleen gecertificeerde inspectiebedrijven met gekwalificeerde inspecteurs mogen de inspectie uitvoeren. Scope 12 is niet wettelijk verplicht, maar wordt een contractuele verplichting als uw verzekeraar het in de polis opneemt.

De regeling kent twee soorten inspecties: een eerste of bijzondere inspectie (EBI) en periodieke inspecties (PI). De EBI is de uitgebreidste en beoordeelt het hele systeem, van panelen en onderconstructie tot bekabeling, connectoren, omvormers en beveiligingen. De periodieke inspectie richt zich op veroudering, beschadiging en veranderde omstandigheden.

Een aandachtspunt is de traceerbaarheid. TD18 vraagt dat onderdelen die tijdens de inspectie niet bereikbaar zijn, zoals connectoren onder panelen, aantoonbaar correct zijn aangelegd. Zonder goede documentatie met foto's tijdens de bouw kan een inspecteur dat achteraf lastig vaststellen. Meer over deze inspectiesoort vindt u op de pagina inspectie van zonnepanelen.

In de praktijk laat uw installateur tijdens de montage foto's maken van connectoren, kabelgoten en bevestigingspunten voordat de panelen erop liggen. Die foto's horen in het opleverdossier en voorkomen dat bij een latere inspectie panelen moeten worden gedemonteerd om verbindingen te kunnen beoordelen.

Opleverinspectie en periodieke inspectie: wat is het verschil?

Bij oplevering moet een nieuwe of gewijzigde installatie worden geverifieerd volgens NEN 1010 deel 6. Dat geldt ook voor een PV-systeem. Voor de PV-specifieke beproevingen en de documentatie wordt in de praktijk NEN-EN-IEC 62446-1 gebruikt, met onder meer de meting van isolatieweerstand, open klemspanning en kortsluitstroom per string. Hoe die eerste verificatie verloopt, leest u bij de opleverinspectie.

Daarna verandert het karakter van de inspectie. Een periodieke inspectie beoordeelt of de installatie nog in goede staat is. Voor de installatie als geheel gebeurt dat in de regel volgens NEN 3140, voor de verzekeraar met een Scope 12-inspectie voor het PV-deel. Een vaste wettelijke termijn bestaat niet. De frequentie volgt uit een risicobeoordeling en uit wat uw verzekeraar voorschrijft.

Bij oplevering Tijdens de levensduur
Doel Aantonen dat de installatie volgens de norm is aangelegd Vaststellen dat de installatie veilig blijft
Basis NEN 1010 deel 6 en deel 7-712, NEN-EN-IEC 62446-1 NEN 3140, Scope 12 (TD18)
Scope 12 Eerste of bijzondere inspectie (EBI) Periodieke inspectie (PI)
Termijn Voor ingebruikname en na wijziging Op basis van risico en verzekeraarseisen

Thermografie en IV-curve: wat leveren ze op?

Thermografie maakt temperatuurverschillen zichtbaar. Aan de AC-zijde en in verdeelinrichtingen is dat een bekende techniek. Op het dak kan een warmtebeeld hotspots in panelen, defecte bypassdiodes en warme connectoren aan het licht brengen. Voor thermografie van PV-modules bestaat een aparte technische specificatie, IEC TS 62446-3. Een betrouwbare opname vraagt voldoende instraling en een stabiele belasting, dus het moment van meten doet ertoe.

Een IV-curvemeting legt per string het verband tussen stroom en spanning vast. Afwijkingen in de vorm van de curve wijzen op problemen zoals beschaduwing, vervuiling, defecte cellen of verhoogde serieweerstand, bijvoorbeeld door een slechte verbinding. NEN-EN-IEC 62446-1 noemt de IV-curvemeting als aanvullende beproeving.

Beide technieken zijn waardevolle hulpmiddelen, maar geen vervanging voor de visuele inspectie. Een verkeerd gecombineerd connectorpaar of een kabel die tegen een scherpe rand ligt, ziet u met het oog, niet op een curve. Een goede inspectie combineert daarom visuele controle, de standaardmetingen en waar zinvol thermografie of IV-curves.

Wilt u weten hoe de verschillende inspectiesoorten zich tot elkaar verhouden, lees dan ook het achtergrondartikel over Scope 10 en de verzekeraar.