Achtergrondartikel
NEN 1010:2020+C1:2024 gepubliceerd: wat is er gewijzigd?
In het kort
- In juli 2024 is NEN 1010:2020+C1:2024 verschenen: een geconsolideerde uitgave van NEN 1010:2020 met correctieblad C1.
- Wijzigingen betreffen onder meer roze als kleur voor geleiders voor functionele aarding, aderkleuren voor DC-installaties en een betere aansluiting van brandveiligheidseisen op het Bbl.
- Wettelijk is (stand september 2024) nog NEN 1010:2015 met aanvullingen aangewezen; een aanwijzing van de nieuwe uitgave is nog niet geregeld.
- Een nieuwe normuitgave maakt een bestaande, correct aangelegde installatie niet automatisch afgekeurd.
In juli 2024 heeft NEN de uitgave NEN 1010:2020+C1:2024 gepubliceerd. Het gaat om een geconsolideerde versie: de tekst van NEN 1010:2020 met daarin het correctieblad C1 verwerkt. Voor installateurs, ontwerpers en beheerders van installaties is de vraag wat er inhoudelijk is veranderd, en vooral of zij er nu al mee moeten werken. In dit artikel zetten we de belangrijkste punten op een rij, met de kanttekening dat de wettelijke status op het moment van schrijven nog niet is geregeld.
Wat is NEN 1010:2020+C1:2024 precies?
NEN 1010 is de Nederlandse norm voor laagspanningsinstallaties en is gebaseerd op de internationale IEC 60364-reeks, via de Europese HD 60364-documenten. De 2020-uitgave was een grote herziening ten opzichte van NEN 1010:2015. In de praktijk bleek een aantal onderdelen onduidelijk of niet goed aan te sluiten op de Nederlandse situatie. Het correctieblad C1 pakt die punten aan.
Een correctieblad is geen volledige herziening. De structuur van de norm blijft hetzelfde, net als de nummering van de delen. Wel zijn bepalingen verduidelijkt, gecorrigeerd of beter afgestemd op de praktijk en op de regelgeving. Omdat C1 in één document met de basisnorm is verwerkt, werkt u met één tekst in plaats van een norm met een los correctieblad ernaast. Een toelichting op de opbouw van de norm vindt u op de pagina Wat is NEN 1010.
Welke wijzigingen zijn er doorgevoerd?
C1 bevat een reeks wijzigingen. Een aantal daarvan is direct zichtbaar in de installatie, andere raken vooral het ontwerp en de documentatie. De punten die in de praktijk de meeste vragen oproepen:
| Onderwerp | Wat is er veranderd | Waar u het merkt |
|---|---|---|
| Roze voor functionele aarding | Roze vervangt de combinatie zwart-geel als kleur voor geleiders voor functionele aarding | Duidelijk onderscheid met de groen-gele beschermingsleiding, bijvoorbeeld bij ICT- en meetinstallaties |
| Aderkleuren voor DC-installaties | Er zijn kleuren vastgelegd voor de aders van gelijkspanningsinstallaties | Herkenbaarheid van de polariteit bij PV, batterijopslag en DC-distributie |
| Brandveiligheid | De brandveiligheidseisen in de norm sluiten beter aan op het Bbl | Minder onduidelijkheid over welke eisen uit welk kader volgen |
| Verduidelijkingen | Diverse bepalingen zijn tekstueel verduidelijkt of gecorrigeerd | Vooral bij ontwerp, verificatie en interpretatie van de normtekst |
Roze voor functionele aarding
Functionele aarding is een aardverbinding die niet bedoeld is voor bescherming tegen elektrische schok, maar voor de goede werking van apparatuur, bijvoorbeeld om storingen te beperken. Als zo'n geleider dezelfde kleur heeft als de beschermingsleiding, is het verschil in functie niet te zien. Met roze als aparte kleur is in één oogopslag te zien welke functie een geleider heeft. Dat is van belang bij inspectie: een inspecteur moet kunnen vaststellen welke geleiders een beschermende functie hebben. Lees meer over de begrippen aarding en vereffening in de begrippenlijst.
Aderkleuren voor gelijkspanning
Door de groei van zonnestroom, batterijopslag en laadinfrastructuur komen DC-stroomkringen steeds vaker voor in gebouwen. Zonder eenduidige kleuren is bij onderhoud en inspectie niet altijd duidelijk welke ader welke polariteit heeft. Het vastleggen van DC-aderkleuren maakt installaties beter herkenbaar en verkleint de kans op fouten bij werkzaamheden.
Aansluiting op het Bbl
Het Bbl stelt eigen eisen aan brandveiligheid van bouwwerken. Waar de norm en het Bbl elkaar overlappen of tegenspreken, ontstaat discussie over wat geldt. C1 brengt de brandveiligheidsbepalingen in de norm beter in lijn met het Bbl. Dat helpt bij de aanwijzing van de norm in de regelgeving, maar ook bij de beoordeling van een installatie in de praktijk.
Geldt NEN 1010:2020+C1:2024 al wettelijk?
Nee, nog niet. Het Besluit bouwwerken leefomgeving verwijst voor elektrische installaties naar NEN 1010, maar welke uitgave geldt, staat in de Omgevingsregeling. Op het moment van schrijven, september 2024, is daar nog NEN 1010:2015 met correctieblad C2:2016 en wijzigingsblad A1:2020 aangewezen. Voor de wettelijke toets is die uitgave dus nog leidend.
Het ligt voor de hand dat de nieuwe geconsolideerde uitgave op termijn in de Omgevingsregeling wordt aangewezen, maar een datum is nog niet vastgesteld. Of dat gebeurt, wanneer en met welk overgangsrecht, is op dit moment niet bekend. Houd de berichtgeving hierover in de gaten; wij volgen de ontwikkelingen op de pagina updates. Meer over het samenspel van Bbl en Omgevingsregeling leest u op wet- en regelgeving.
Let op dat een normuitgave (nog) niet wettelijk is aangewezen, betekent niet dat u haar niet mag toepassen. Een opdrachtgever kan in het contract of bestek de nieuwe uitgave voorschrijven. Leg in dat geval vast welke uitgave leidend is, zodat installateur, opdrachtgever en inspecteur dezelfde maatstaf hanteren.
Wat betekent dit voor lopende projecten?
Voor projecten in uitvoering geldt in de eerste plaats wat er contractueel is afgesproken. Is in het bestek NEN 1010:2015 voorgeschreven, dan is dat het toetsingskader voor de oplevering, tenzij partijen samen iets anders afspreken. Is de 2020-uitgave voorgeschreven zonder vermelding van C1, dan is het verstandig om met elkaar af te stemmen of de correcties worden meegenomen.
Bij projecten in de ontwerpfase loont het om nu al na te denken over de keuze. Een installatie die volgens NEN 1010:2020+C1:2024 is ontworpen, sluit aan op de meest actuele stand der techniek. Tegelijk moet u bij een wettelijke toets kunnen onderbouwen dat aan de aangewezen uitgave wordt voldaan, of dat er sprake is van een gelijkwaardige oplossing. Bespreek dit vroeg met de installateur en de partij die de verificatie volgens NEN 1010 deel 6 uitvoert. Zie ook ons artikel over opleveren volgens NEN 1010 deel 6.
Wat betekent dit voor bestaande installaties?
Een nieuwe uitgave van NEN 1010 maakt een bestaande installatie niet automatisch "afgekeurd". Een installatie die correct is aangelegd volgens de norm die gold bij aanleg of bij de laatste wijziging, hoeft niet te worden aangepast omdat er een nieuwe normuitgave verschijnt. Bij periodieke inspectie volgens NEN 3140 wordt de installatie in de regel beoordeeld aan de normuitgave van aanleg, aangevuld met een oordeel over de actuele veiligheid.
Dat betekent niet dat de nieuwe uitgave voor bestaande installaties geen rol speelt. Bij een wijziging of uitbreiding moet het nieuwe deel voldoen aan de uitgave die op dat moment van toepassing is. Treft u bij een inspectie geen roze geleiders aan in een oudere installatie, dan is dat geen gebrek. Wordt de installatie later uitgebreid met een DC-deel, dan is het wel verstandig de nieuwe kleurcodering toe te passen en dit in de schema's vast te leggen.
Waar kunt u nu op letten?
Voor beheerders en installatieverantwoordelijken zijn er een paar praktische aandachtspunten. Ga na welke uitgave van NEN 1010 in lopende contracten en standaardbestekken staat. Zorg dat installateurs en inspecteurs weten welke uitgave u verwacht. En laat bij uitbreidingen met PV, batterijopslag of DC-distributie de kleurcodering en de documentatie consequent uitvoeren, zodat de installatie ook voor toekomstige inspecties herkenbaar blijft.